Humor of een nekschot?
Deze week werd de striptekenaar Gregorius N. gearresteerd. Omdat zijn tekeningen niet alleen als satirisch, kwetsend, humoristisch, beledigend, hilarisch, misselijkmakend of geniaal kunnen worden gezien, maar wellicht ook als haatdragend of discriminerend.
Over die laatste twee kwalificaties mag een rechter zich nu buigen.
De acht gewraakte tekeningen van Gregorius N. zijn voor de gemiddelde google-aar eenvoudig te vinden. En wat blijkt dan: Nergens staat een tekst van het kaliber “Vrouwen zijn minderwaardige mensen”, of is een dergelijke boodschap uit de afbeeldingen af te leiden.
Er is in de tekeningen dus geen expliciete vorm van haatdragendheid of discriminatie aan te wijzen. Lezers/kijkers kunnen de tekeningen hooguit als beledigend opvatten. De mate van haatdragendheid en discriminatie is dus enkel een kwestie van interpretatie door de lezer.
Het OM heeft in al haar wijsheid geïnterpreteerd dat acht tekeningen van Gregorius N. strafbaar zouden zijn. Wauw! Ik ben benieuwd naar de overwegingen. Waarom discrimineert het OM deze prenten ten opzichte van de overige tekeningen?
Waarom is er bijvoorbeeld geen negende gekozen? Of een mooie Top-10! (Deze week met stip op 6 nieuw binnengekomen: de hilarisch haatdragende tekening van een hoofdofficier van justitie met zijn hoofd in de reet van een geit!)
En is er eigenlijk lang getwijfeld over die achtste die het net wel, of die negende die het net niet haalde? Welke zijn de objectieve maatstaven waardoor de maker van deze acht prenten vervolgd zou moeten worden?
Stel dat de tekenaar toch veroordeeld wordt. Worden die acht tekeningen dan verboden? Het boekje waar ze in staan? Ben ik strafbaar wanneer ik dat boekje in mijn bezit heb? Moet ik de tekeningen er uit scheuren en ze inleveren bij justitie?
Dat het OM onderzoekt of bepaalde uitingen discriminerend of haatdragend zijn lijkt me een goede zaak, zeker wanneer een derde persoon of instantie een klacht indient. Maar dat het OM in dit geval tot arrestatie is overgegaan is onbegrijpelijk. De persoon of personen die deze beslissing hebben genomen zijn blijkbaar niet voldoende onderlegd in de functie van humor binnen het sociale verkeer.
De tekenaar zelf zegt het al: Het is niet zijn bedoeling om iets anders te doen dan humor te bedrijven. En humor schuurt nu eenmaal altijd een beetje.
Humor is één van de hoogst bereikbare vormen van sociaal gedrag:
“Wij begrijpen elkaar, ik kan een opmerking maken die voor velerlei uitleg vatbaar is, of in bepaalde context misschien te hard, maar jij begrijpt mijn bedoeling: relativering!!! En als jij mij toch niet begrijpt, dan weten wij van elkaar dat wij beschaafd genoeg zijn om aan elkaar uit te leggen waarom wij een opmerking wel of niet gepast vinden, en wij respecteren elkaars standpunt.”
Humor stemt tot nadenken. Humor vereist een bepaalde mate van zelfrelativering bij de ontvanger, een zeker incasseringsvermogen. Wanneer de humor niet aankomt zijn die eigenschappen dubbel zo hard nodig.
Gregorius gaat er blijkbaar vanuit dat voldoende inwoners van dit land over die eigenschappen beschikken, simpelweg omdat hij een grap durft te maken. Wellicht probeert hij middels zijn prenten het incasseringsvermogen van mensen die nog niet zo ver ontwikkeld zijn te vergroten.
Welke type mens heeft per definitie moeite met relativering van zijn eigen bestaan? Wat is het grootste struikelblok voor het vergroten van je incasseringsvermogen? Principes.
Nu kunnen principes in het persoonlijke bestaan erg nuttig zijn, maar wanneer je jouw persoonlijke principes onverkort in het openbare leven als exclusief geldende regels toepasbaar acht, wanneer je iemand bijvoorbeeld vanwege een tekening, al dan niet humoristisch bedoeld, tracht te vervolgen, probeer je die persoon jouw principes op te leggen. Hoe raak maakt dat dus die tekeningen! Het schuurt blijkbaar als nooit tevoren!